Ik heb altijd journalist willen worden. Vanaf ergens vroeg in mijn tienerjaren al. Eerst omdat het me zo spannend leek, later vooral omdat ik het me een perfecte manier leek om als correspondent naar het buitenland te gaan. Mijn journalistieke bestaan liep wat anders. Ik werd ‘internet en online marketing specialist’. Later realiseerde ik me dat internet mij ook letterlijk grensoverschrijdende mogelijkheden biedt. Ik ben nu freelance journalist in Canada en schrijf vooral over online zakendoen voor Nederlandse media. Dit bestaan van een zogeheten webnomade brengt specifieke huisvestingseisen met zich mee.
Je brood verdienen via internet. Het maakt dat je kunt gaan en staan waar je maar wil. Enige voorwaarde: als er maar breedband beschikbaar is. Is er internet, dan kan ik werken. Dan heb ik inkomen. Zo simpel is dat, dachten we op het moment dat we vertrokken.
Hoewel wij nu in Ontario wonen, zijn wij geland in Alberta. Daar werden we opgepikt door bekenden die ons naar onze tijdelijke verblijfplaats brachten. Dat was een cabin zonder stromend water ongeveer 35 kilometer ten westen van het plaatsje Sundre, pakweg anderhal uur ten noordwesten van Calgary. De cabin staat op het landgoed van Ad Klis en staat daarmee ver van de bewoonde wereld.
Vlak na aankomst reden we naar Sundre. Hop naar de Telus-winkel. Even uitleggen waar die cabin stond en gevraagd of er daar internetontvangst te regelen was. Jawel, dat kon. Via het Telus gsm-netwerk. Meteen maar een laptop aangeschaft en zo’n kaart gekocht a $250. De maandelijkse kosten waren ook nog eens $250. Duur ja. Maar: WE HEBBEN INTERNET! Eenmaal in de cabin, bleek dat het internet het beneden niet deed. Dan maar op de bloedhete bovenverdieping van de Cabin surfen. Huizen kijken, weblogberichtjes posten en wat opdrachten versturen.
Al snel bleek dat je per maand een maximum van 250 Mb webverkeer met het kaartje mocht versurfen. Alles erboven was extra dokken. Nou ja, we namen het maar op de koop toe. Maar als we toch ergens een huis zouden kopen, dan moest en zou er breedband zijn. Kabel, ADSL, wat dan ook. Als het maar bloedjesnel is.
Niet veel later vertrekken we uit Alberta. Het is er te duur geworden voor ons door de olieboom. We hebben gewoonweg een hobby farm nodig omdat we vier honden bij ons hebben. Kleiner gaan wonen, dat werkt dus niet. We wijken na een tripje BC en uren webresearch uit naar Ontario.
Pakweg drie maanden later vinden we in Ontario, vlakbij Georgian Bay ons droomplekkie. Alles klopt. Een maar. Je raadt het al: geen breedband! Wat nu? Simone kijkt me veel betekenend aan. Dus ik op zoek naar een oplossing. Satelliet-internet! Online connectie zowat overal in Canada. Het is wat duurder en, als je je maandlasten op een redelijk niveau wilt houden, verre van bloedjesnel. Maar het werkt. We besluiten dus ons huis te kopen. Oud boerenperceel van 4,5 hectare, 180 jaar oud loghome, karakteristieke schuur, wat open velden een bos. Prachtig.
Zodra de handtekening is gezet, wordt de internetman gebeld. Afspraak staat. Binnen een week nadat we over zijn is er INTERNET. De schotel kost pakweg $750 en de maandlasten voor het traagste pakket ongeveer $60. Het is het op een na duurste internet dat ik ooit had en het is niet echt snel te noemen. Maar we zijn online en in de verbouwingsrommel zit ik boven aan een gammel tafeltje dat nog ooit op de kinderkamer van mijn zusje stond, mijn eerste stukken af te werken.
Satelliet-internet is toch anders. Het is een beetje weersafhankelijk. Nu wonen we op een hobbyfarm en past het wel in het plaatje. Net als wij deint het internet op het ritme van de seizoenen. Als het stormt dan waait het signaal de heuvel af. En als het sneeuwt, tja. Dan ligt de schotel wel eens vol. Dan trekken we allebei ons winterkloffie aan en pakken de ladder. Simone houdt hem vast en ik ga dan met borstel naar boven om de schotel schoon te vegen. Soms moet je werken voor je internet.
Het belang van internet groeit met de dag. Dat geldt voor iedereen. Maar voor emigranten is het belang levensgroot. Het is hun poort naar de wereld. Naar vrienden en familie in Nederland vooral. Maar ook hun bieb die altijd open is. Voor webnomaden echter, is het nog veel meer. Het is het adres, het kantoor, het levensonderhoud. Als journalist hoor je niet over jezelf te schrijven trouwens. Behalve op dit soort column-achtige plekken. Maar er zijn er veel meer zoals ik. Daarom schreef ik ruim een jaar geleden een verhaal over Webnomaden voor Emerce en Ajuus. Het is nu nog te lezen op Sync.nl/de-nieuwe-webnomaden/. |