Een emigratieavontuur, daar beginnen de meesten samen aan. Met partner en/of gezin. Een enkeling gaat alleen. Omdat het moment daar was en omdat ze nu eenmaal geen partner hebben. Pepijn van Vessem vertrok alleen naar Noorwegen. Hartje winter kwam hij aan in een streek ter grote van de provincie Utrecht met pakweg 16.000 inwoners. Daar zit je dan als emigrant, volstrekt alleen in je nieuwe land.
Pepijn van Vessem (1974) woont nu inmiddels drie jaar in Noorwegen. Maar zeker dat eerste jaar heeft hij het heel, heel zwaar gehad. “Op een gegeven moment had ik het idee dat ik in een soort roes leefde. Ik was daar wel, maar zo voelde het niet. Je stond op, deed overdag wat dingen en dan weer naar bed. Het werd heel eenzaam.” Het hielp ook op dat moment niet dat Pepijn geen woord Noors sprak. De man uit het Brabantse Roosendaal was eigenlijk plotsklaps geëmigreerd. Natuurlijk had hij al eens eerder over emigreren en Noorwegen nagedacht, maar alles viel ineens samen.
Tegenslag
Zijn zelfstandig bouwbedrijf in Nederland kwam niet van de grond door een tegenzittende economie, zijn vriendin verliet hem en hij moest bovendien noodgedwongen zijn huis verkopen omdat de beleggingshypotheek die hij had afgesloten steeds minder waard werd. In een paar maanden tijd zag hij zijn toekomst in Nederland in rook opgaan. Wat nu? Hij besloot zijn gevoel te volgen en regelde een appartement in de gemeente Gran, ongeveer 100 kilometer ten noordoosten van Oslo. Vervolgens laadde zijn bus vol. En in januari 2005 vertrok hij. En daar kwam hij dan aan in Gran. Het was hartje winter, er lag een dik pak sneeuw en het was bitterkoud.
Noors leren
Pepijn wilde natuurlijk direct een baan zoeken. Maar dat viel niet mee. Zonder Noors te spreken kwam hij niet aan de bak. Hij besloot een cursus Noors te gaan volgen. Maar omdat er zoveel mensen van niet-Westerse landen in die klas zaten, lag het tempo laag en verloor hij snel interesse voor de cursus. “Ik stopte er maar mee. En ik kocht een paar woordenboeken om het zelf te gaan doen”, zegt hij. Maar het resultaat was dat hij wederom alleen in zijn appartementje zat. En daar sloeg de eenzaamheid hard toe. En dat het in die tijd van het jaar heel vroeg donker wordt, hielp ook niet. “Die eenzaamheid is echt verschrikkelijk. Je wordt net niet knettergek. Ik dacht: waar ben ik in godsnaam aan begonnen. Ik moest alles zelf regelen en kon nog niet eens een formulier invullen.”, blikt Pepijn terug.
Supercollega
Maar de Brabander van geboorte zet door en vind na een paar maanden dan toch een baan. Als timmerman. Want daar had hij nu eenmaal ervaring in. Tenminste, dat dacht hij. Want waar in Nederland de bouw een klus is van steen en beton, wordt in Scandinavië alles met hout gedaan. En hij begon ook beroepsmatig helemaal opnieuw. Toch had de nieuw gekregen baan een hele prettige bijwerking. Collega’s. Mensen om je heen, contact hebben. Precies wat hij nodig had. Een collega in het bijzonder maakte het zijn persoonlijke missie om Pepijn te helpen en zich echt te vestigen in het Noorse niemandsland dat hij tot zijn nieuwe thuis had gebombardeerd. Zo zat Pepijn met problemen met zijn auto. Ergens in de paperassen die hij moest invullen bij het invoeren ervan was wat fout gegaan.
Blijven proberen
De collega schoot te hulp en zorgde dat het werd opgelost. Iets waar hij zelf nooit was uitgekomen. De collega nam hem ook mee naar de plaatselijke kroeg en zo leerde hij steeds meer mensen kennen. “In het begin is dat natuurlijk heel lastig. Ik verstond nog niet eens te helft. Maar ik hield vol. Als je maar probeert en blijft praten dan komt het blijkbaar wel goed”, zegt Pepijn, die nu zelfs uitsmijter is bij dezelfde kroeg. Die functie vraagt helemaal geen vechterbaas daar, maar gewoon een sociaal persoon. “Ik sta daar vooral wat te kletsen met bekenden. Geef wat vuurtjes aan de mensen die buiten roken en vermaak me best.”
Terug
In het jaar ervoor zat het hem echter niet zo mee. Hij deed een flinke investering die later weggegooid geld bleek en kreeg tot twee keer toe een hernia. Daardoor kwam hij uiteindelijk zonder werk te zitten. Om de kas opnieuw te spekken moest Pepijn begin 2007 terug naar Nederland. Hij zou er drie maanden gaan werken voor een bouwbedrijf. Dat viel veel zwaarder dan hij vooraf gedacht had. En hij merkte dat hij al flink ‘vernoorst’ was. Terug in Nederland merkte hoe zeer hij Noorwegen en zijn vrienden daar miste. “En ik vond het zo verschrikkelijk druk. Walgelijk gewoon. Overal files. Bovendien krijg ik de indruk dat iedereen asociaal gemaakt wordt in Nederland. Het lijkt wel of je gewoon een grote bek moet hebben en van je af moet bijten. Nee, het is een hele goede ervaring geweest. Terug wil ik nooit meer.”
Vriendin
In Noorwegen voelt Pepijn zich ondertussen volledig geaccepteerd. Dat het niet vanzelf ging, moge duidelijk zijn. Maar alleen is hij niet meer. Hij heeft een flinke vriendenkring en ondertussen zijn ook zijn beide ouders naar Noorwegen gekomen. Hij heeft een stuk land met een huis gekocht en gaat daar komen jaar nog twee huizen bijbouwen, een voor zijn vader en een voor zijn moeder. Als dat klaar is, dan heeft hij zijn zaakjes voor elkaar. “Alleen nog een vriendin. Dat zou heel mooi zijn. Als ik een vriendin zou hebben en die wilde naar Nieuw-Zeeland ofzo, dan zou ik meteen meegaan. Geen probleem. Maar alleen, dat doe ik nooit meer. Ik heb nu veel meer begrip voor nieuwkomers in Nederland. Ik bedoel: ik kan me echt verplaatsen in een Somaliër die zonder hulp ineens op Nederlandse bodem staat. En geen woord Nederlands spreken hé. Petje af hoor, als je je dan staande houdt.” |